ECLI:NL:CRVB:2008:BD4725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over ingangsdatum tegemoetkoming onderhoudskosten gehandicapt kind
Appellante, van Iraakse afkomst en met drie gehandicapte kinderen, vroeg een tegemoetkoming aan voor onderhoudskosten van haar gehandicapte dochter. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) kende de tegemoetkoming toe met ingang van het derde kwartaal 2003, terwijl de aanvraag pas in september 2004 werd ingediend.
Appellante maakte bezwaar tegen de ingangsdatum, stellende dat zij vanwege haar beperkte beheersing van de Nederlandse taal en haar thuissituatie niet eerder op de regeling kon worden gewezen. De SVB wees dit bezwaar af, stellende dat de regeling ruim bekend was en geen bijzonder geval was aangetoond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de beperkte taalvaardigheid en onbekendheid geen bijzondere omstandigheden vormden. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, stellende dat een oudere dochter appellante kon bijstaan en dat er geen toereikende gronden waren om van de standaardtermijn af te wijken.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de ingangsdatum van de tegemoetkoming blijft één jaar voorafgaand aan het kwartaal van de aanvraag.