ECLI:NL:CRVB:2008:BD4005
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Terugvordering teveel betaalde uitkering op grond van Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Appellante, weduwe van een vervolgde, ontving een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. In 2006 werd vastgesteld dat zij over het jaar 2005 een bedrag van €1.674,32 te veel had ontvangen, welk bedrag werd teruggevorderd. Appellante maakte bezwaar en stelde dat e-mailcorrespondentie haar het vertrouwen had gegeven dat er geen terugvordering zou plaatsvinden.
De Raad overwoog dat de Wet bepaalt dat de definitieve vaststelling van de uitkering in het kalenderjaar volgend op het uitkeringsjaar plaatsvindt en dat het teveel betaalde moet worden teruggevorderd. De toezegging in de e-mailcorrespondentie betrof alleen terugvordering bij koersverschillen tussen de Euro en de Reaal, terwijl het teveel betaalde bedrag werd veroorzaakt door hogere pensioeninkomsten die eerder niet bekend waren.
Daarom was verweerster niet ontslagen van haar verplichting tot terugvordering. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het te veel betaalde bedrag bevestigd.