ECLI:NL:CRVB:2008:BD3465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging UWV-besluit verlaging WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige motivering
Betrokkene, voorheen werkzaam als schoonmaakster, ontving sinds 1991 een WAO-uitkering van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2005 werd de uitkering ingetrokken wegens een berekend verlies aan verdiencapaciteit van 6,19%. Na bezwaar werd dit herzien naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 15-25% op basis van een aangescherpte Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en een nieuwe arbeidskundige beoordeling.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege gebreken in de arbeidskundige grondslag, met name de geautomatiseerde vergelijking van FML en functiebelastingen die lacunes vertoonde en onvoldoende toelichting gaf op niet-matchende punten. De medische grondslag werd als juist beoordeeld.
In hoger beroep richtte het UWV zich alleen op de arbeidskundige grondslag. De Raad concludeerde dat het UWV zijn grieven niet handhaafde en dat het rapport van 31 januari 2008 voldoende toelichting gaf op de functiebelastingen. Hierdoor rust de schatting op een adequate arbeidskundige grondslag en kunnen de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.
De Raad bevestigde de vernietiging van het besluit door de rechtbank, behalve voor zover het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit volledig in stand blijven.
Uitkomst: De vernietiging van het UWV-besluit wordt bevestigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.