ECLI:NL:CRVB:2008:BD3356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.G. Treffers
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant, voormalig ambtenaar bij het gemeentelijke vervoerbedrijf van Amsterdam, was geschorst door het college van burgemeester en wethouders. Hij stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was voldaan.
Appellant voerde verzet aan tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, stellende dat hij de eerste acceptgiro niet had ontvangen en dat slechts één aangetekende herinneringsbrief was verzonden, hetgeen volgens hem in strijd was met de procesregeling van de Raad.
De Raad overwoog dat de wettelijke regeling (artikel 22, vierde lid, Beroepswet) duidelijk bepaalt dat bij niet-tijdige betaling het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, tenzij het verzuim niet aan appellant kan worden toegerekend. De Raad stelde vast dat appellant meerdere herinneringen had ontvangen en geen geldige reden had aangevoerd voor het niet tijdig voldoen.
De procesregeling biedt geen aanspraak op een extra herstelmogelijkheid na de aangetekende herinneringsbrief. Gelet hierop verklaarde de Raad het verzet ongegrond en wees hij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.