ECLI:NL:CRVB:2008:BD2693
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellant, een bankwerker/lasser, werd in december 2002 wegens rugklachten arbeidsongeschikt. Het UWV weigerde hem een WAO-uitkering toe te kennen omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% was. De rechtbank vernietigde het besluit wegens een gebrekkige motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep richt appellant zich tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen en voert aan dat zijn beperkingen ernstiger zijn dan aangenomen, mede vanwege kyfose, een vermeende hernia en psychische klachten.
De Raad concludeert dat appellant geen eigen medische gegevens heeft ingebracht die de beoordeling van het UWV weerspreken. De beschikbare medische gegevens tonen een milde kyfose en geen aantoonbare hernia. Psychische klachten zijn niet onderbouwd met objectief-medische gegevens. De Raad acht de vastgestelde belastbaarheid en de passendheid van de functies voldoende gemotiveerd, mede gelet op het arbeidskundige rapport.
Daarom bevestigt de Centrale Raad van Beroep de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.