ECLI:NL:CRVB:2008:BD2675
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante is sinds juni 1998 arbeidsongeschikt verklaard wegens zwangerschaps- en psychische klachten en ontving een WAO-uitkering. Het UWV herzag in maart 2005 haar uitkering naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en haar psychische klachten onvoldoende werden meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische gegevens voldoende waren om de mate van arbeidsongeschiktheid vast te stellen. Er waren geen objectiveerbare nierklachten en de arbeidsdeskundige rapporten ondersteunden de inschatting van de belastbaarheid. Het bezwaar werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, zonder nieuwe medische stukken te overleggen. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de rechtbank en verwierp de klachten over de arbeidskundige beoordeling wegens te late indiening. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.