ECLI:NL:CRVB:2008:BD2663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij WAO-uitkeringsintrekking
Appellante stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering, berekend op een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, per 26 januari 2006 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het arbeidskundige gedeelte van het besluit, waarna het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Het UWV nam vervolgens een gewijzigd besluit op bezwaar waarin de arbeidsongeschiktheid van appellante alsnog werd vastgesteld op 80 tot 100%. Appellante gaf aan zich te kunnen vinden in dit gewijzigde besluit en verzocht de Raad om veroordeling van het UWV in haar proceskosten.
De Raad stelde vast dat door het gewijzigde besluit het geschil tussen partijen was komen te vervallen, waardoor appellante geen procesbelang meer had bij het hoger beroep. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante, inclusief vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang, met veroordeling van het UWV in de proceskosten van appellante.