ECLI:NL:CRVB:2008:BD2399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beëindiging buitenwettelijke toeslag zonder intrekkingsbesluit vereist afbouwperiode
Appellant ontving tot 1 januari 1996 twee WAO-uitkeringen die werden omgezet in een WAO-conforme uitkering inclusief een toeslag ter compensatie van inkomensverschillen. Deze toeslag werd per 1 november 1998 stopgezet zonder een besluit tot intrekking. Pas in 2006 werd een intrekkingsbesluit genomen, waarop appellant bezwaar maakte.
De rechtbank vernietigde het intrekkingsbesluit van 2006 omdat het Uwv geen afbouwperiode had gehanteerd, terwijl de toeslag een substantieel deel van de uitkering uitmaakte. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen wettelijke aanspraak had op de toeslag na 1 januari 1996, waardoor het vertrouwensbeginsel intrekking niet in de weg staat.
Tegelijkertijd oordeelt de Raad dat het Uwv uit zorgvuldigheid een afbouwperiode had moeten toepassen omdat appellant niet redelijkerwijs kon weten dat de toeslag buitenwettelijk was. De Raad stelt dat een redelijke afbouwperiode vanaf maart 1999 passend is, aansluitend bij beleidsregels uit 2006. Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen, dat van het Uwv gedeeltelijk toegewezen.
De Raad beveelt het Uwv aan een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het Uwv moet een nieuw besluit nemen met een afbouwperiode vanaf 1 maart 1999; het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.