ECLI:NL:CRVB:2008:BD2382
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig productiemedewerker, meldde zich in 1996 arbeidsongeschikt vanwege psychische en gewrichtsklachten en ontving een WAO-uitkering van 80-100% vanaf 1997. Na een herbeoordeling in 2001 door een arts van het UWV werd vastgesteld dat appellant in staat was tot lichte arbeid met enkele beperkingen, wat leidde tot intrekking van zijn WAO-uitkering per 24 juni 2002.
In de bezwaarprocedure werd een psychiatrisch rapport overgelegd waarin een depressie werd vastgesteld. Desondanks concludeerde de bezwaarverzekeringsarts dat er geen medische grond was om het belastbaarheidspatroon te wijzigen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij zich baseerde op een deskundigenrapport dat onder meer ernstige persoonlijkheidsproblematiek en een depressieve stoornis bevestigde, maar ook aangaf dat appellant geschikt was voor bepaalde functies.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de psychische beperkingen onjuist waren ingeschat en de functies ongeschikt waren. De Centrale Raad van Beroep zag echter geen aanleiding het oordeel van de deskundige en rechtbank te wijzigen, bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.