ECLI:NL:CRVB:2008:BD2243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante, voorheen productiemedewerkster, kreeg in 1999 een WAO-uitkering toegekend vanwege rug-, pols-, long- en psychische klachten met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV herzag haar uitkering in 2004 naar 55-65% op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en geselecteerde functies, waarna appellante bezwaar maakte.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische belastbaarheid werd onderschat. De Raad vroeg een onafhankelijk psychiater, die een chronische aanpassingsstoornis vaststelde met beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren.
De Raad volgde het oordeel van deze deskundige en oordeelde dat het UWV onvoldoende rekening hield met extra beperkingen, waardoor het besluit onvoldoende medisch gefundeerd was. Het UWV moet een nieuw besluit nemen na aanvullend arbeidskundig onderzoek. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlaging van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.