ECLI:NL:CRVB:2008:BD2184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek ondanks schouderklachten
Appellant, voormalig schoonmaker, meldde zich ziek met klachten waaronder duizeligheid, hoofdpijn en vermoeidheid. Na medisch onderzoek door de UWV-arts werd vastgesteld dat appellant vanaf 21 december 2005 geschikt was voor arbeid en werd de ziekengelduitkering beëindigd.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met een brief van zijn huisarts over schouderklachten. De bezwaarverzekeringsarts had echter de schouderklachten onderzocht en vond geen reden om het besluit te wijzigen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde dat de schouderklachten pas na de datum van beëindiging waren ontstaan.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, dat er geen nieuwe medische informatie is die het oordeel zou kunnen wijzigen, en dat de schouderklachten niet op de datum in geding bestonden. Daarmee is het besluit tot beëindiging van het ziekengeld rechtmatig.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van het ziekengeld per 21 december 2005 wegens voldoende zorgvuldig medisch onderzoek.