ECLI:NL:CRVB:2008:BD1900
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking, herziening en terugvordering WW-uitkering wegens onrechtmatig verhoogd loon
Appellant was werkzaam als visfileerder bij een bedrijf dat failliet ging. Na het faillissement vroeg appellant een WW-uitkering aan, die door het UWV werd toegekend op basis van een verhoogd loon vanaf oktober 2004. Een onderzoek naar de loonadministratie toonde echter aan dat de lonen onterecht waren verhoogd en niet waren uitbetaald.
Het UWV trok de uitkering in en herzag deze, waarna appellant bezwaar maakte. De rechtbank wees het beroep af en appellant ging in hoger beroep. Hij stelde dat er een rechtsgeldige loonafspraak was met de voormalig directrice van het bedrijf en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel.
De Raad oordeelde dat de loonverhoging niet schriftelijk was vastgelegd, niet was uitbetaald en niet betrouwbaar was onderbouwd. De loonstroken waren niet representatief en appellant had zijn inlichtingenplicht geschonden. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat in een vergelijkbare zaak de loonsverhoging wel was uitbetaald. De Raad bevestigde dat het UWV terecht de uitkering had ingetrokken en herzien en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en herziening van de WW-uitkering en wijst het beroep van appellant af.