ECLI:NL:CRVB:2008:BD1898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en herziening WW-uitkering wegens onrechtmatig verhoogd loon
Appellant was werkzaam als visfileerder bij een bedrijf dat failliet ging. Na het indienen van aanvragen voor WW-uitkeringen, concludeerde het UWV na onderzoek dat de toegekende uitkeringen onterecht waren gebaseerd op een vanaf oktober 2004 verhoogd loon dat niet rechtens verschuldigd was.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er een rechtens afdwingbare loonafspraak bestond over de verhoging. Er was geen schriftelijke vastlegging en getuigenverklaringen ontkenden afspraken. Ook was het loon nooit daadwerkelijk uitbetaald. Appellant had bovendien zijn inlichtingenplicht geschonden.
Daarom was het UWV terecht overgegaan tot intrekking en herziening van de uitkeringen en terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen. Het beroep van appellant op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat in vergelijkbare gevallen het loon wel was uitbetaald.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het beroep van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en herziening van de WW-uitkering wegens onrechtmatig verhoogd loon.