ECLI:NL:CRVB:2008:BD1391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid ondanks gezondheidsklachten
Appellant, werkzaam als schoonmaker, meldde zich ziek wegens gewrichtsklachten en kreeg een Ziektewetuitkering. Na onderzoek door verzekeringsartsen werd hij geschikt bevonden voor zijn arbeid, waarna het UWV het ziekengeld stopzette. Appellant voerde aan dat hij nog steeds arbeidsongeschikt is vanwege pijn, psychische problemen en andere medische aandoeningen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische gegevens voldoende waren voor een afgewogen oordeel en dat appellant geen aanvullende medische informatie had aangeleverd die de beoordeling zou ondermijnen. In hoger beroep stelde appellant dat de aard en belasting van zijn werk onvoldoende waren beschreven en dat psychische klachten onvoldoende waren meegewogen.
De Raad overwoog dat de bezwaarverzekeringsarts geen ontstekingsverschijnselen of functieverlies had vastgesteld op de datum van het besluit en dat latere medische diagnoses niet relevant waren voor die datum. Ook waren de psychische klachten meegenomen, maar gaven deze geen aanleiding tot een andere beoordeling. De werkomschrijving was voldoende en de Raad zag geen reden voor nader onderzoek. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld omdat appellant geschikt is voor zijn arbeid.