ECLI:NL:CRVB:2008:BD1342
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering vervolgingsslachtoffer wegens ontbreken vrijheidsberoving tijdens Japanse bezetting
Appellante, geboren in 1941 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht om een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Zij stelde dat zij samen met haar moeder en zusje geïnterneerd was geweest tijdens de Japanse bezetting. De Pensioen- en Uitkeringsraad wees haar aanvraag af omdat niet was aangetoond dat zij door de Japanse bezettende macht vrijheidsberoving had ondergaan zoals bedoeld in de Wet.
Appellante voerde aan dat zij onterecht niet met vervolgde gelijkgesteld werd en stelde dat de Wet ongerechtvaardigd onderscheid maakt tussen personen die wel of niet in interneringskampen verbleven. De Raad concludeerde dat er geen objectieve gegevens zijn die vrijheidsberoving tijdens de Japanse bezetting bevestigen, mede omdat het Informatiebureau van het Nederlandse Rode Kruis geen interneringsgegevens over appellante vond uit die periode.
De Raad oordeelde dat de periode van vrijheidsberoving na de Japanse bezetting buiten de relevante periode van de Wet valt en dat de omstandigheden van appellante niet gelijkgesteld kunnen worden met vervolging. De Raad achtte de wettelijke keuze niet in strijd met het non-discriminatiebeginsel van artikel 26 IVBPR Pro. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat niet is aangetoond dat zij tijdens de Japanse bezetting vrijheidsberoving heeft ondergaan zoals vereist voor een uitkering.