ECLI:NL:CRVB:2008:BD1256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over hoogte toeslag WW-uitkering op grond van de Toeslagenwet
Betrokkene ontving tot 10 maart 2006 een WAO-uitkering, die werd ingetrokken. Vanaf 13 maart 2006 werd een WW-uitkering toegekend met een vastgesteld dagloon van €66,58, resulterend in een bruto inkomen van €43,15 per dag. Omdat dit lager was dan het sociaal minimum, kende appellant een toeslag toe op grond van de Toeslagenwet.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond en stelde de toeslag hoger vast dan appellant had toegekend. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank een onjuist minimumloonbedrag had gehanteerd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het minimumloon correct is vastgesteld op €58,51 bruto per dag, wat leidt tot een toeslag van €15,36. De door appellant toegekende toeslag van €15,38 is daarmee juist en betrokkene is niet tekortgedaan. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van de toeslag wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.