ECLI:NL:CRVB:2008:BD1190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WW-uitkering wegens ontvangst ZW-uitkering en bewijslast bij appellant
Appellant, werkzaam via een uitzendbureau, vroeg op 15 januari 2005 een WW-uitkering aan. Het UWV wees dit af omdat appellant niet aan de wekeneis voldeed. Na bezwaar en nader onderzoek verklaarde het UWV het bezwaar opnieuw ongegrond, omdat appellant reeds een ZW-uitkering ontving en aansluitend weer werkte.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond vanwege het ontvangen van een ZW-uitkering per 19 september 2002, waardoor een uitsluitingsgrond bestond. Appellant betoogde in hoger beroep dat de bewijslast ten onrechte bij hem werd gelegd.
De Raad overwoog dat het standpunt van het UWV terecht werd onderschreven en dat appellant zelf een nieuwe aanvraag kan indienen indien hij meent later recht op WW te hebben. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op WW-uitkering vanwege ontvangst van een ZW-uitkering en het aan hem is om een nieuwe aanvraag te doen indien hij later recht meent te hebben.