ECLI:NL:CRVB:2008:BD1010
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische urenbeperking
Appellante, voormalig administratief medewerkster, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling trok het UWV haar uitkering in omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt dit oordeel.
De Raad oordeelt dat de verzekeringsartsen het medisch functioneren van appellante voldoende hebben gemotiveerd en dat er geen medische urenbeperking noodzakelijk is. De arbeidskundige functies waarop de schatting is gebaseerd, zijn passend en de belastbaarheid van appellante wordt niet overschat. Wel is de toelichting op de geschiktheid van deze functies pas in hoger beroep voldoende inzichtelijk en toetsbaar gemaakt.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, met in stand blijvende rechtsgevolgen.