ECLI:NL:CRVB:2008:BD0714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Geen recht op Ziektewetuitkering wegens herstel arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig systeembeheerder, meldde zich op 20 januari 2005 ziek met diverse klachten en hervatte zijn werkzaamheden op arbeidstherapeutische basis. Na onderzoek door verzekeringsarts L.I. Cools op 8 december 2005 werd vastgesteld dat appellant per 12 december 2005 volledig geschikt was voor zijn eigen werk en geen relevante beperkingen vertoonde. Het UWV beëindigde daarom de Ziektewetuitkering.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de bezwaarverzekeringsarts M.E.J. van Hooff onderschreef de eerdere conclusie dat er geen sprake was van een psychische stoornis, hoewel spanningsklachten door sociale problemen werden vastgesteld. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij de rapportages van de verzekeringsartsen als zorgvuldig en volledig beschouwde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en vond geen reden om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het onderzoek en de conclusies van de verzekeringsartsen. Appellant overlegde geen aanvullende medische gegevens die het oordeel konden wijzigen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.