ECLI:NL:CRVB:2008:BD0482

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-3167 ALGEM
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • B.J. van der Net
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken gronden tegen UWV-besluiten

Appellant tekende bezwaar aan tegen besluiten van het UWV waarin correctienota’s werden opgelegd over de premiejaren 2000 tot en met 2004. Het bezwaarschrift bevatte echter geen concrete gronden. Het UWV gaf appellant meerdere hersteltermijnen om deze gronden alsnog in te dienen, maar appellant bleef in gebreke. De rechtbank verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk en wees het beroep af.

In hoger beroep voerde appellant aan dat het niet mogelijk was om gronden in te dienen vanwege het ontbreken van het strafdossier. De Raad overwoog dat uit het looncontrole rapport voldoende blijkt waarop de correcties betrekking hebben en dat appellant gemotiveerd uitstel had kunnen vragen indien het strafdossier noodzakelijk was voor het formuleren van gronden.

De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens het ontbreken van gronden. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.

Uitspraak

07/3167 ALGEM
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 april 2007, 06/2418 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 17 april 2008.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. F.J. Soriano, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad gehouden op 27 maart 2008. Beide partijen zijn met voorafgaand bericht niet ter zitting verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Namens appellant is op 18 augustus 2005 bezwaar aangetekend tegen de besluiten van 4 juli en 1 augustus 2005, die volgden op een door de SIOD gehouden onderzoek bij de onderneming van appellant, waarbij aan hem correctienota’s zijn opgelegd over de premiejaren 2000 tot en met 2004. Het bezwaarschrift bevatte geen gronden van het bezwaar. Op 20 september 2005 is appellant in de gelegenheid gesteld om dit verzuim binnen vier weken te herstellen. Na telefonisch contact tussen het Uwv en de gemachtigde van appellant is er op 11 november 2005 opnieuw een hersteltermijn van vier weken gegeven om de gronden van het bezwaar in te dienen. Daarbij is appellant erop gewezen dat indien hij niet reageert het bezwaar niet ontvankelijk kan worden verklaard. Bij besluit van 21 december 2005 is het bezwaar van appellant tegen de besluiten van 4 juli en 1 augustus 2005 niet ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.
De rechtbank verenigt zich met de beslissing van het Uwv en stelt vast dat er zelfs geen sprake is van een summiere motivering van het bezwaar aangezien er slechts is gesteld dat er bezwaar wordt gemaakt. Hierdoor ontbreekt een concrete bezwaargrond in het bezwaarschrift. Ook is er voldoende ruimte voor herstel van het gebrek aan gronden gegeven, waardoor het Uwv in redelijkheid van haar bevoegdheid gebruik had mogen maken om het bezwaar niet ontvankelijk te verklaren. De rechtbank verklaart het beroep van appellant ongegrond.
De Raad onderschrijft dit oordeel van de rechtbank en overweegt dat hetgeen appellant hieromtrent in hoger beroep heeft aangevoerd in essentie een herhaling is van hetgeen in eerste aanleg naar voren is gebracht en door de rechtbank terecht gemotiveerd is verworpen. De in hoger beroep aangevoerde grief dat het indienen van de gronden van het bezwaar niet mogelijk was door het niet beschikken over het strafdossier van appellant slaagt naar het oordeel van de Raad niet. Uit het looncontrole rapport blijkt immers waar de correcties betrekking op hebben en indien de gemachtigde van appellant zonder het strafdossier niet genoegzaam in staat was gronden te formuleren had het op zijn weg gelegen om gemotiveerd binnen de gegeven hersteltermijn uitstel te vragen voor het indienen van nadere gronden van bezwaar.
Het hoger beroep slaagt dan ook niet en de aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A. Badermann als griffier, uitgesproken in het openbaar op 17 april 2008.
(get.) B.J. van der Net.
(get.) A. Badermann.
RB1404