ECLI:NL:CRVB:2008:BD0199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Geen toestemming voor verblijf in het buitenland met behoud van bijstandsuitkering en geen ontheffing arbeidsverplichtingen voor onbepaalde tijd
Appellant, bijstandsontvanger ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB), verzocht het College van burgemeester en wethouders van Almere om met behoud van zijn uitkering in het buitenland te mogen wonen vanwege gezondheidsredenen. Het College wees dit verzoek af op grond van de WWB, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens in beroep ging bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep stelde appellant dat zijn gezondheid een verblijf in een warm klimaat noodzakelijk maakte. De Raad overwoog dat het territorialiteitsbeginsel van de WWB uitsluit dat bijstand wordt verleend aan personen die zich metterwoon in het buitenland vestigen. Daarnaast is het College slechts bevoegd om tijdelijke ontheffing van arbeidsverplichtingen te verlenen, niet voor onbepaalde tijd.
De Raad concludeerde dat het College terecht het verzoek tot verblijf in het buitenland met behoud van bijstand heeft afgewezen en dat het besluit om geen ontheffing van arbeidsverplichtingen voor onbepaalde tijd te verlenen rechtmatig is. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot verblijf in het buitenland met behoud van bijstand en ontheffing arbeidsverplichtingen voor onbepaalde tijd wordt bevestigd.