ECLI:NL:CRVB:2008:BD0178

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-2096 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.J. Simon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbAlgemene Ouderdomswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering toekenning ouderdomspensioen wegens ontbreken AOW-verzekering

Appellant verzocht in november 2000 om toekenning van een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW), waarbij hij stelde tussen 1967 en 1978 in Amsterdam te hebben gewoond en gewerkt. Hij overlegde enkele documenten zoals een briefkaart, legitimatiebewijs en een afsprakenkaart van een polikliniek.

De Sociale verzekeringsbank (Svb) deed navraag bij diverse instanties, waaronder de gemeente Amsterdam, de politie en een pensioenfonds, maar appellant werd nergens bekend gevonden. Op 11 maart 2003 weigerde de Svb het pensioen toe te kennen wegens het ontbreken van bewijs van verzekering onder de AOW. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij van 1966 tot 1974 in Amsterdam woonde en werkte en geregistreerd stond bij de vreemdelingenpolitie.

De Svb herhaalde haar onderzoek en handhaafde het besluit op 17 september 2004. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant onvoldoende bewijs leverde dat hij daadwerkelijk in Nederland had gewoond en gewerkt en daardoor verzekerd was voor de AOW.

De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en vond geen nieuwe feiten of argumenten die aanleiding gaven tot een ander besluit. De Raad bevestigde de uitspraak en oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij verzekerd was geweest ingevolge de AOW, zodat de weigering tot toekenning van het ouderdomspensioen terecht was.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het ouderdomspensioen wegens het ontbreken van bewijs van AOW-verzekering.

Uitspraak

06/2096 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (Marokko) (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 1 maart 2006, 04/5419 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 10 april 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. E.M. van den Brom, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2008. Namens appellant is verschenen mr. C.A.J. de Roy van Zuydewijn, kantoorgenoot van voornoemde gemachtigde. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.
II. OVERWEGINGEN
Appellant heeft in november 2000 de Svb verzocht hem in aanmerking te brengen voor een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Oudedomswet (AOW). Hij heeft daarbij aangegeven van 1967 tot in 1968 en van 1970 tot in 1978 in Amsterdam te hebben gewoond en gewerkt. Daartoe heeft appellant overgelegd kopieën van een briefkaart van de Dienst PTT, een legitimatiebewijs van N.V. Schoonmaakbedrijf [naam schoonmaakbedrijf] en een afsprakenkaart van een polikliniek van het Binnengasthuis te Amsterdam.
De Svb heeft navraag gedaan bij de afdeling burgerzaken van de gemeente Amsterdam, de afdeling Vreemdelingendienst van de Politie Amsterdam en Relan Pensioen B.V. voor het glazenwassers-en schoonmaakbedrijf. Aldaar was appellant niet bekend.
Bij besluit van 11 maart 2003 heeft de Svb geweigerd aan appellant een ouderdomspensioen krachtens de AOW toe te kennen, omdat niet is gebleken dat appellant verzekerd is geweest ingevolge die wet. Appellant heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft daarbij gesteld dat hij van 1966 tot in 1974 in Amsterdam heeft gewoond en gewerkt en altijd geregistreerd heeft gestaan bij de (vreemdelingen)politie.
De Svb heeft verdere navraag gedaan bij de stichting bedrijfstakpensioenfonds voor het schoonmaak- en glazenwassersbedrijf, de afdeling Vreemdelingendienst van de Politie Amsterdam, de afdeling burgerzaken van de gemeente Amsterdam en de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Nadat appellant wederom niet bekend werd bevonden heeft de Svb bij het bestreden besluit van 17 september 2004 zijn besluit van 11 maart 2003 gehandhaafd.
Appellants beroep tegen het bestreden besluit is bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat appellant niet aannemelijk heeft kunnen maken dat hij in Nederland voor de AOW verzekerd is geweest. Appellant heeft geen enkel stuk overgelegd waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk in Nederland heeft gewoond en gewerkt. Uit de door appellant overgelegde stukken blijkt niet dat appellant daadwerkelijk heeft gewerkt. Evenmin kan op basis van de afsprakenkaart van een polikliniek van het Binnengasthuis worden geconcludeerd dat appellant in Nederland heeft gewoond.
De Raad kan zich geheel vinden in hetgeen de rechtbank heeft overwogen. Appellant heeft geen gegevens aangedragen waaruit kan worden afgeleid dat er sprake is geweest van een verzekering voor de AOW. Hetgeen in hoger beroep naar voren is gebracht, wijkt niet af van wat in eerste aanleg al is beoordeeld, zodat er geen aanknopingspunt is om tot een ander oordeel te komen.
Uit het vorenstaande vloeit voort dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A. Kovács als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 april 2008.
(get.) H.J. Simon.
(get.) A. Kovács.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending
beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500
EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip verzekerde.
IA