ECLI:NL:CRVB:2008:BD0070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheid en urenbeperking
Appellante, die een WAO-uitkering ontvangt wegens arbeidsongeschiktheid, betwist het besluit van het UWV waarin haar arbeidsongeschiktheid is vastgesteld zonder urenbeperking. De rechtbank had het bezwaar ongegrond verklaard, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep anders.
De medische rapporten, waaronder die van de reumatoloog Masek en bezwaarverzekeringsartsen, zijn uitgebreid bestudeerd. Hoewel Masek een urenbeperking adviseert vanwege tendomyogene klachten en noodzaak tot rust, concludeert de Raad dat deze beperkingen binnen een achturige werkdag met pauzes kunnen worden opgevangen. De Raad stelt vast dat een deel van de klachten subjectief is en niet medisch objectief is onderbouwd.
De arbeidskundige onderbouwing van het UWV wordt aanvankelijk als ontoereikend beschouwd, maar in hoger beroep is deze voldoende gemotiveerd. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV wegens strijd met de Awb, verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, het beroep wordt gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.