ECLI:NL:CRVB:2008:BD0055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit dagloonvaststelling WAO wegens onjuiste berekening
Appellant, een WAO-uitkeringsgerechtigde, maakte bezwaar tegen het door het UWV vastgestelde dagloon waarop zijn WAO-uitkering gebaseerd was. Het UWV had het dagloon per 31 mei 2006 vastgesteld op €95,-, wat resulteerde in een uitkering van €61,57 bruto per dag. Appellant betwistte de juistheid van het dagloon, met name omdat het UWV geen rekening had gehouden met een in december 2003 uitbetaalde eindejaarsuitkering van €533,63 en mogelijk ook niet met een vakantietoeslag van mei 2004 van €1.647,71.
De rechtbank verklaarde appellant niet-ontvankelijk in zijn beroep en wees het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het UWV inderdaad de eindejaarsuitkering over het hoofd had gezien en onvoldoende duidelijk was of de vakantietoeslag was meegenomen. Dit leidde tot vernietiging van het besluit van 7 mei 2007 en gegrondverklaring van het beroep.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant, bestaande uit €644,- voor rechtsbijstand en €44,02 voor reiskosten, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan op 16 april 2008 door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 7 mei 2007 wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens onjuiste dagloonvaststelling.