ECLI:NL:CRVB:2008:BD0029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken medische arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds 1998 arbeidsongeschikt wegens vermoeidheidsklachten na een griep. Vanaf 1999 ontving zij een WAO-uitkering op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid. In 2004 vond een herbeoordeling plaats waarbij een verzekeringsarts vaststelde dat er geen medisch aantoonbare ziekte of gebrek was die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigde.
Het UWV trok daarop de WAO-uitkering per 18 maart 2005 in. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende medische gegevens aanwezig waren om de arbeidsongeschiktheid te bevestigen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar lichamelijke en psychische klachten nog steeds duurzaam arbeidsongeschikt maakten.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en concludeerde dat de medische gegevens geen objectieve aanwijzingen bevatten voor een aandoening die haar arbeidsongeschiktheid rechtvaardigt. Daarom is appellante in staat gangbare arbeid te verrichten. Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens ontbreken van medische grondslag voor arbeidsongeschiktheid.