ECLI:NL:CRVB:2008:BC9897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering CBBS
Appellant maakte bezwaar tegen een door het UWV genomen besluit waarbij zijn WAO-uitkering werd herzien van een arbeidsongeschiktheid van 80-100% naar 15-25%. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant voerde aan dat het UWV het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) onterecht gebruikte, omdat het systeem onvoldoende inzichtelijk, toetsbaar en verifieerbaar zou zijn, ook na aanpassingen per 1 juli 2005. De Raad overwoog dat het CBBS in beginsel rechtens aanvaardbaar is, maar dat onvolkomenheden zwaardere motivering vereisen.
De Raad concludeerde dat de aanpassingen aan het CBBS de onvolkomenheden voldoende hebben opgeheven, waardoor de grief faalt. Wel oordeelde de Raad dat alle signaleringen met een G in het systeem van een afzonderlijke toelichting moeten worden voorzien. Het UWV heeft deze toelichting pas na de beslissing op bezwaar gegeven.
Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering, maar laat de rechtsgevolgen ervan in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, Awb. De rechtbankuitspraak wordt eveneens vernietigd. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.