ECLI:NL:CRVB:2008:BC9496
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving mate van arbeidsongeschiktheid op grond van WAO
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 31 januari 2005, waarin het besluit van 4 maart 2004 werd gehandhaafd om haar arbeidsongeschiktheidsuitkering op een mate van 15 tot 25% vast te stellen per 20 augustus 2003.
De rechtbank Roermond had eerder geoordeeld dat de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit juist waren. Appellante betwist in hoger beroep de medische grondslag en stelt dat zij vanwege rug- en psychische klachten niet in de geduide functies kan werken.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en stelt dat appellante onvoldoende heeft onderbouwd waarin de situatie per 20 augustus 2003 verschilt van de eerdere beoordeling per 19 augustus 2003. De psychische klachten zijn niet geobjectiveerd en niet ondersteund met relevante medische verklaringen.
Daarom wordt het bestreden besluit gehandhaafd en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot handhaving van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van 15 tot 25%.