ECLI:NL:CRVB:2008:BC9471
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 13 juni 2005 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank Roermond oordeelde dat er geen reden was om de medische beoordeling van de verzekeringsartsen te betwijfelen en handhaafde het besluit.
In hoger beroep voerde appellante dezelfde argumenten aan, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank over de medische situatie. Nieuwe medische gegevens van de huisarts werden niet als relevant erkend en een nieuw ingediend psychiatrisch rapport werd niet toegelaten wegens te late indiening.
De Raad vernietigde echter de uitspraak van de rechtbank omdat het UWV in hoger beroep de arbeidskundige motivering met een rapport van een bezwaararbeidsdeskundige voldoende had onderbouwd. De rechtsgevolgen van het besluit werden in stand gelaten. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand en veroordeelt het UWV in de proceskosten.