ECLI:NL:CRVB:2008:BC9350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit toeslag arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens strijd met zorgvuldigheidsbeginsel
Betrokkene ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering met toeslag die volgens een besluit van 28 november 2000 in drie jaar werd afgebouwd. In januari 2002 werd door een systeemfout een te hoge toeslag betaald, die het UWV terugvorderde via een besluit van 15 maart 2002. Betrokkene tekende bezwaar aan, maar de rechtbank verklaarde dit ongegrond omdat het terugvorderen van het bedrag gegrond was en de toeslagafbouw niet ter discussie stond.
In hoger beroep stelde betrokkene dezelfde gronden aan, maar overleed tijdens de procedure. Zijn erfgename zette het beroep voort. De Raad constateerde dat het bestreden besluit niet zorgvuldig was voorbereid doordat essentiële stukken ontbraken, waardoor het besluit vernietigd moest worden wegens strijd met artikel 3:2 Awb Pro.
Desondanks oordeelde de Raad dat het UWV verplicht was het onverschuldigd betaalde bedrag terug te vorderen, dat geen dringende redenen bestonden om hiervan af te zien, en dat het verschil tussen het teruggevorderde bedrag en het werkelijke bedrag niet tot een hogere terugvordering kon leiden vanwege het verbod van reformatio in peius. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven derhalve in stand. Het griffierecht wordt aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit wordt vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.