ECLI:NL:CRVB:2008:BC9216
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsintrekking na medische herbeoordeling
Appellante, sinds 1998 arbeidsongeschikt en met een WAO-uitkering, werd in 2005 herbeoordeeld door het Uwv. De verzekeringsarts stelde vast dat haar medische situatie na behandeling van een mammacarcinoom gestabiliseerd was en beperkte fysieke beperkingen aanwezig waren, maar geen energetische beperkingen. Het Uwv trok daarop de WAO-uitkering in per 14 september 2005.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen waren voor ernstiger beperkingen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij volledig arbeidsongeschikt was en dat meer beperkingen vastgesteld hadden moeten worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek en de medische gegevens, waaronder rapporten van specialisten, geen aanleiding gaven om het oordeel van het Uwv te wijzigen. Ook de geschiktheid van de geselecteerde functies werd voldoende onderbouwd. Het verzoek tot bespoediging werd afgewezen en de aangevallen uitspraak werd bevestigd, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd.