ECLI:NL:CRVB:2008:BC8699
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies volgens CBBS in WAO-zaken
Betrokkene was sinds november 2000 arbeidsongeschikt wegens schouderklachten en psychische klachten. Haar WAO-uitkering werd in 2004 herzien van 80-100% naar 15-25% arbeidsongeschiktheid, gebaseerd op medische en arbeidskundige beoordelingen met behulp van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS).
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering, met name over de arbeidskundige beoordeling en het aspect bijzondere belastingen binnen het CBBS. Appellant nam een nieuw besluit in juni 2007, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 25-35%, na een arbeidskundig rapport waarin één functie werd geschrapt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het aangepaste CBBS inmiddels voldoende tegemoetkomt aan eerdere kritiek en dat het systeem mogelijke overschrijdingen van belastbaarheid adequaat signaleert. De Raad bevestigt dat de medische grondslag juist is en verklaart het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond. Het bestreden besluit blijft vernietigd en appellant moet een nieuw besluit nemen.
Uitkomst: Het beroep tegen het nieuwe besluit van 22 juni 2007 wordt ongegrond verklaard; het bestreden besluit blijft vernietigd.