ECLI:NL:CRVB:2008:BC8693
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning gedeeltelijke WAO-uitkering en arbeidskundige grondslag
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV om hem een gedeeltelijke WAO-uitkering toe te kennen, waarbij hij betwistte dat de functies binnen SBC-code 111180 passend waren gezien zijn beperkingen op het gebied van concentratie, aandacht en geheugen.
De rechtbank had eerder het besluit van het UWV vernietigd wegens onvoldoende motivering over de arbeidskundige grondslag, met name het ontbreken van overleg tussen arbeidsdeskundige en verzekeringsarts over de belastbaarheid van appellant in functies die nauwkeurigheid vereisen. Naar aanleiding hiervan heeft het UWV een nieuw besluit genomen en aanvullende rapporten overgelegd waarin werd geconcludeerd dat appellant de betreffende functies kan vervullen zonder zijn beperkingen te overschrijden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV hiermee voldoende uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank. De Raad ziet geen aanleiding om de motivering van het UWV onjuist te achten en wijst de bezwaren van appellant af. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot toekenning van een gedeeltelijke WAO-uitkering wordt bevestigd en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.