ECLI:NL:CRVB:2008:BC8621
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van der Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van medische beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard met een aanvankelijke mate van 80-100%, werd in het kader van een vijfdejaars herbeoordeling medisch onderzocht. De zenuwarts concludeerde dat sprake was van een angststoornis in remissie zonder beperkingen voor arbeid. De verzekeringsarts achtte appellant geschikt voor niet al te zwaar belastende functies, wat werd onderbouwd door een arbeidsdeskundige die een verdiencapaciteitsverlies van 41% berekende.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) herzag de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. In bezwaar werd het medisch onderzoek bevestigd als zorgvuldig en passend, waarbij ook werd geoordeeld dat lichamelijk onderzoek niet noodzakelijk was. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering van de geschiktheid voor geselecteerde functies, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep betwist appellant de medische grondslag en geschiktheid van functies, maar de Raad onderschrijft het medisch onderzoek en de conclusies van de artsen en arbeidsdeskundige. De Raad wijst bezwaren tegen medicatiegebruik af en bevestigt dat appellant de geselecteerde functies kan verrichten. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid.