ECLI:NL:CRVB:2008:BC8267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep oordeelt over vergoeding proceskosten bij bezwaar PGB-besluit
Appellant was geïndiceerd voor huishoudelijke verzorging, verpleging en activerende begeleiding en ontving op basis daarvan een persoonsgebonden budget (PGB) van het zorgkantoor. Tegen het besluit van het zorgkantoor van 6 juni 2004 werd bezwaar gemaakt, inclusief een verzoek om vergoeding van de kosten van bezwaar.
Het zorgkantoor herroept het primaire besluit deels met een besluit van 10 november 2004 en verklaart het bezwaar deels gegrond in een besluit van 16 maart 2005, maar neemt geen beslissing over de gevraagde vergoeding van proceskosten. De rechtbank verklaart het beroep tegen dit besluit ongegrond en oordeelt dat het zorgkantoor terecht geen proceskosten toekent.
De Centrale Raad stelt vast dat het zorgkantoor onrechtmatig heeft gehandeld door het primaire besluit te herroepen wegens een fout die aan het zorgkantoor te wijten is en dat het zorgkantoor ten onrechte geen beslissing heeft genomen over de vergoeding van proceskosten, in strijd met artikel 7:15 van Pro de Awb.
De Raad verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het besluit voor zover het geen beslissing bevat over de proceskostenvergoeding, veroordeelt het zorgkantoor tot vergoeding van de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het zorgkantoor wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant wegens onrechtmatige herroeping van het PGB-besluit.