ECLI:NL:CRVB:2008:BC8166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- S. Sweep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting urenbeperking
Appellant ging in hoger beroep tegen de beslissing van het UWV en de rechtbank die oordeelden dat er geen urenbeperking geldt voor zijn arbeidsgeschiktheid. Hij stelde zich op het standpunt dat hij vanwege zijn beperkingen niet voltijds kan werken, gesteund door een medisch rapport van internist prof. dr. Van der Meer.
De internist stelde de diagnose chronisch vermoeidheidssyndroom en concludeerde dat appellant niet meer dan 15 à 20 uur per week zou kunnen werken. De rechtbank en het UWV stelden daartegenover dat er geen objectiveerbare afwijkingen waren die de vermoeidheidsklachten konden verklaren, en dat binnen de Functionele Mogelijkheden Lijst geen reden was voor een urenbeperking.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV, stellende dat er geen toereikend objectief-medisch substraat was voor een zwaardere beperking dan reeds vastgesteld. Het hoger beroep werd verworpen en de herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.