ECLI:NL:CRVB:2008:BC7689
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vaststelling arbeidsongeschiktheid en ingangsdatum WAO-uitkering
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem inzake de vaststelling van zijn mate van arbeidsongeschiktheid per 12 maart 2004. Het UWV had aanvankelijk een lagere mate vastgesteld, maar na bezwaar is dit verhoogd naar 80-100% arbeidsongeschiktheid per genoemde datum.
Appellant betwistte echter de ingangsdatum van de WAO-uitkering en stelde dat hij reeds vanaf 2001 arbeidsongeschikt was. De Raad stelt vast dat deze kwestie buiten de omvang van het geding valt, aangezien de Raad alleen de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid per 12 maart 2004 mag beoordelen.
Daarom heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een procesbelang. Tevens is het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, terwijl het verzoek tot vergoeding van kosten in bezwaar is afgewezen omdat dit verzoek pas in hoger beroep is gedaan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang omtrent de ingangsdatum van de WAO-uitkering.