ECLI:NL:CRVB:2008:BC7571
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetenota’s wegens onjuiste loonopgave en bovenmatige reiskostenvergoedingen
In deze zaak stond het hoger beroep van een werkgever centraal tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar waarin boetenota’s waren opgelegd wegens onjuiste loonopgave. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had vastgesteld dat de werkgever bovenmatige reiskostenvergoedingen had betaald aan haar werknemers, wat leidde tot correctienota’s en boetenota’s over meerdere jaren.
De rechtbank had het beroep tegen de boetenota’s ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat het Uwv terecht was uitgegaan van opzet of grove schuld en daarom boetes had opgelegd ter hoogte van 25% van de verschuldigde premies. De werkgever stelde in hoger beroep dat de rechtbank onterecht geen proceskosten had toegewezen en vroeg zich af of een nieuw boetebesluit had moeten worden genomen.
De Raad overwoog dat het beroep niet gericht was tegen het besluit van 29 juni 2004 en dat de intrekking van dat besluit geen aanleiding gaf tot proceskostenveroordeling. Verder stond vast dat de correctienota’s inmiddels rechtens onaantastbaar waren geworden omdat het hoger beroep daartegen niet was ingesteld. Hierdoor kon de inhoudelijke discussie over de bovenmatige reiskostenvergoedingen niet meer worden heropend.
De Raad concludeerde dat de boetenota’s terecht waren opgelegd en dat het hoger beroep niet slaagde. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de boetenota’s en verklaart het hoger beroep ongegrond.