ECLI:NL:CRVB:2008:BC7544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van schatting premieloon over 1998-2002 ondanks bezwaar appellant
Appellant maakte bezwaar tegen correctienota's van het UWV over de jaren 1998 tot en met 2002 betreffende de berekening van het premieloon. De rechtbank Haarlem oordeelde dat de loonadministratie niet betrouwbaar was en dat het UWV terecht was overgegaan tot een schatting van het premieloon, maar vond de schatting onzorgvuldig en vernietigde het besluit.
Na een nieuw besluit van het UWV, dat de schatting baseerde op een door appellant zelf overgelegde personeelsbezetting, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de eerdere uitspraak van de rechtbank Haarlem slechts betrekking had op 2001 en dat de correcties over andere jaren onterecht waren.
De Centrale Raad van Beroep volgde appellant niet en bevestigde dat de uitspraak van de rechtbank Haarlem betrekking had op de gehele periode 1998-2002. De Raad vond dat het UWV zorgvuldig had gehandeld bij de schatting, mede omdat appellant geen concrete tegenbewijsstukken had aangeleverd. De Raad oordeelde dat het risico van een te hoge schatting voor appellant kwam vanwege het ontbreken van een deugdelijke administratie. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank Haarlem bevestigd.