ECLI:NL:CRVB:2008:BC7533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt korting en intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende bewijs zwart loon
Betrokkene ontving vanaf 1996 een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid en hervatte aangepast werk bij zijn werkgever. Uit een strafrechtelijk onderzoek bleek dat de werkgever mogelijk zwart loon uitbetaalde, waaronder aan betrokkene. Appellant stelde op basis van een rapport werknemersfraude dat betrokkene zwart bovenloon had ontvangen en vorderde terugbetaling en intrekking van de WAO-uitkering.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond voor het ontvangen van zwart loon door betrokkene en vernietigde de besluiten van appellant. Appellant ging in hoger beroep, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank. De Raad stelde dat hoewel sprake was van een zwarte boekhouding bij de werkgever, onvoldoende aannemelijk was dat betrokkene daadwerkelijk zwart loon had ontvangen in de aangenomen omvang.
De Raad benadrukte dat de verklaringen over de arbeidsprestaties van betrokkene en collega’s onvoldoende concreet waren en dat appellant onzorgvuldig had gehandeld door uit te gaan van volledige werkweken zonder rekening te houden met ziekte of vakantie. De korting en intrekking van de WAO-uitkering konden daarom niet standhouden. De Raad veroordeelde appellant tot betaling van proceskosten en legde griffierecht op.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat onvoldoende bewijs bestaat voor zwart loon en vernietigt de korting en intrekking van de WAO-uitkering.