ECLI:NL:CRVB:2008:BC7443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit korting en terugvordering WAO-uitkering wegens onvoldoende feitelijke grondslag
Appellant ontvangt sinds 1985 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Hij werkte vanaf 1996 in aangepast werk bij een werkgever die betrokken was bij een strafrechtelijk onderzoek naar fraude. Uit onderzoek bleek dat de werkgever mogelijk zwart loon betaalde, waaronder zwart bovenloon aan appellant. Het UWV stelde op basis van dit onderzoek een korting en terugvordering van de WAO-uitkering vast.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant grotendeels ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt vast dat hoewel er aanwijzingen zijn voor een zwarte boekhouding, onvoldoende is komen vast te staan dat appellant daadwerkelijk het vermeende zwart loon heeft ontvangen in de mate zoals vastgesteld. De verklaringen over de arbeidsprestatie zijn onvoldoende concreet en er is onvoldoende bewijs dat de vermeende extra loonbetalingen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden.
Daarnaast oordeelt de Raad dat het UWV onzorgvuldig heeft gehandeld door niet rekening te houden met het aantal daadwerkelijk gewerkte dagen bij de berekening van het vermeende zwart loon. De motivering van het besluit is daardoor onvoldoende draagkrachtig, wat leidt tot vernietiging van het besluit. De Raad beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot korting en terugvordering van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag en onzorgvuldige motivering.