ECLI:NL:CRVB:2008:BC7332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor WAO-functies
Appellante, werkzaam als inpakster en produktiemedewerkster, werd in mei 2003 arbeidsongeschikt verklaard wegens klachten aan de rechterarm. Na afloop van de wachttijd werd haar geen WAO-uitkering toegekend omdat zij geschikt werd geacht voor gangbare functies waarin zij voldoende inkomen kon verdienen. Het bezwaar tegen het besluit om geen ziekengeld toe te kennen werd ongegrond verklaard door de rechtbank en bevestigd door de Centrale Raad van Beroep.
De Raad baseerde zich op het rapport van de bezwaarverzekeringsarts die de medische toestand van appellante beoordeelde als stabiel met psychische klachten en depressieve episodes, maar zonder dat dit leidde tot ongeschiktheid voor de eerder vastgestelde functies. De brief van de huisarts bevestigde dat de klachten onvoldoende specifiek waren voor een harde diagnose en als onbehandelbaar werden beschouwd.
De Raad oordeelde dat de maatstaf voor 'zijn arbeid' in de zin van de Ziektewet de functies zijn die in het kader van de WAO als geschikt werden aangemerkt. Een arbeidskundige beoordeling was niet vereist. Het bestreden besluit werd daarom bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld omdat appellante geschikt is voor functies die in het kader van de WAO zijn geduid.