ECLI:NL:CRVB:2008:BC7292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende feitelijke grondslag
Betrokkene ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Bij besluit van 15 juni 2004 werd deze herzien naar 15 tot 25%, waartegen bezwaar en beroep werden ingesteld. De rechtbank Leeuwarden vernietigde het bezwaarbesluit wegens onvoldoende motivering van de beperkingen op de Functionele-mogelijkhedenlijst (FML).
In hoger beroep constateert de Centrale Raad van Beroep dat het dossier dat de rechtbank ontving grotendeels medische stukken en de kritische FML ontbraken. Appellant heeft deze stukken in hoger beroep alsnog overgelegd. De Raad oordeelt dat het bestreden besluit geen toereikende feitelijke grondslag heeft en vernietigt het besluit op grond van strijd met de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad stelt vast dat het vervallen van functies zoals acquisiteur/telemarketeer geen invloed heeft op de mate van arbeidsongeschiktheid, omdat ten minste drie andere functies resteren. De arbeidskundige onderbouwing is in hoger beroep voldoende gemotiveerd, waarbij alle markeringen op de FML adequaat zijn toegelicht. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven derhalve in stand.
De Raad veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene en bepaalt dat appellant het griffierecht aan betrokkene vergoedt. De uitspraak is gedaan door rechter Ch. van Voorst en uitgesproken op 19 maart 2008.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens ontoereikende feitelijke grondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.