ECLI:NL:CRVB:2008:BC5621
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling correctie- en boetenota’s en toepassing anoniementarief bij looncontrole
In deze zaak staat centraal de beoordeling van correctie- en boetenota’s die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) aan appellante heeft opgelegd na een looncontrole over de jaren 1998 tot en met 2003. De rechtbank had het beroep van appellante deels gegrond verklaard en het Uwv opgedragen de nota’s te herzien. Appellante betwistte onder meer de verzenddatum van de correctienota over 1998, de toepassing van het anoniementarief bij onvolledig ingevulde loonbelastingverklaringen en de kwalificatie van betalingen aan een werknemer als premieplichtig loon.
De Raad oordeelt dat de correctienota over 1998 binnen de wettelijke verjaringstermijn van vijf jaar is verzonden, ondanks de door appellante genoemde latere ontvangst. De toepassing van het anoniementarief wordt bevestigd, ook bij loonbelastingverklaringen met beperkte gebreken zoals ontbrekende datum of plaats van ondertekening, omdat de werknemer zijn naam, adres en woonplaats niet op de wettelijk vereiste wijze heeft verstrekt. Verder wordt vastgesteld dat de werkzaamheden van de werknemer [JK] onder gezag van appellante zijn verricht, waarmee sprake is van een dienstbetrekking conform artikel 7:160 BW Pro.
Appellante voerde een pleitbaar standpunt aan over de loonbelastingverklaringen, maar de Raad stelt dat van een werkgever mag worden verlangd dat deze toeziet op volledige invulling door werknemers, zodat geen sprake is van een pleitbaar standpunt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd, en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak en verklaart het beroep van appellante ongegrond.