ECLI:NL:CRVB:2008:BC5527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten WAZ-uitkering wegens onvoldoende motivering en voorbereiding
Appellant, directeur-grootaandeelhouder van een textielgroothandel, meldde zich ziek na een auto-ongeval en vroeg een WAZ-uitkering aan. Het UWV kende hem een uitkering toe op basis van een mate van arbeidsongeschiktheid van 35-45%, later verhoogd naar 45-55%. Appellant betwistte de vastgestelde beperkingen, met name op cognitief en lichamelijk gebied, en voerde diverse medische rapporten aan ter onderbouwing.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar heropende het onderzoek en benoemde deskundigen die onder meer een depressie en concentratieproblemen vaststelden. Het UWV stelde de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) bij, maar de motivering van de aanpassingen was onvoldoende, vooral ten aanzien van concentratie, energieverlies en conflicthantering.
De Centrale Raad oordeelt dat de besluiten onzorgvuldig zijn voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd, waardoor vernietiging noodzakelijk is. Het UWV moet nieuwe besluiten nemen met inachtneming van de uitspraak en tevens de proceskosten van appellant vergoeden. De Raad wijst op het belang van een volledige en goed gemotiveerde beoordeling van de beperkingen en de medische geschiktheid voor de geduide functies.
Uitkomst: De besluiten over de WAZ-uitkering worden vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en het UWV wordt veroordeeld tot het nemen van nieuwe besluiten en betaling van proceskosten.