ECLI:NL:CRVB:2008:BC5283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- K. Zeilemaker
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet duurzaam gescheiden leven
Appellante was gehuwd en ontving bijstand als alleenstaande ouder op grond van duurzaam gescheiden leven van haar echtgenoot. Na een onderzoek van de sociale recherche bleek dat appellante en haar ex-echtgenoot niet duurzaam gescheiden leefden, maar een gezamenlijke huishouding voerden. Het College beëindigde daarom de bijstand met terugwerkende kracht en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar gebruikte het criterium van gezamenlijke huishouding in plaats van duurzaam gescheiden leven, wat de Centrale Raad van Beroep onjuist achtte. De Raad vernietigde het vonnis en gaf zelf een inhoudelijk oordeel.
De Raad oordeelde dat duurzaam gescheiden leven inhoudt dat echtgenoten een gewilde en bestendige verbreking van de echtelijke samenleving hebben, wat hier niet het geval was. De onderzoeksbevindingen, waaronder huisbezoeken, verklaringen van buurtbewoners en aanwezigheid van persoonlijke spullen, toonden aan dat appellante en haar ex-echtgenoot als gezin samenwoonden.
Hierdoor had appellante geen zelfstandig recht op bijstand als alleenstaande ouder. Het College was bevoegd de bijstand terug te vorderen en de intrekking te effectueren. De Raad veroordeelde het College in de proceskosten van appellante en bepaalde vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand is terecht.