ECLI:NL:CRVB:2008:BC5202
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over WAZ-uitkering en toepassing artikel 58 WAZ
Appellant, directeur-grootaandeelhouder van een las- en opleidingsbedrijf, viel sinds 14 juni 1996 uit wegens psychische klachten en ontving een WAZ-uitkering. Het UWV stelde bij besluit van 23 maart 2005 vast dat de uitkering per 16 augustus 2001 werd berekend alsof appellant 65 tot 80% arbeidsongeschikt was, ondanks dat hij medisch volledig arbeidsongeschikt werd geacht. Dit vanwege inkomsten uit arbeid, waaronder salaris en privégebruik van een auto van de zaak, die volgens artikel 58 WAZ Pro op de uitkering in mindering worden gebracht.
Appellant betwistte in hoger beroep dat de bijtelling voor privégebruik van de auto en het salaris volledig als inkomsten uit arbeid mochten worden meegeteld. Hij voerde aan dat zijn werkzaamheden arbeidstherapeutisch waren en dat het privégebruik van de auto buiten beschouwing moest blijven. De Raad concludeerde echter dat het salaris van € 9.114,- en de bijtelling van € 5.928,- als inkomsten uit arbeid moeten worden betrokken volgens vaste jurisprudentie en dat appellant geen bewijs leverde dat zijn werkzaamheden geen reële loonwaarde hadden.
De Raad vond geen onjuiste toepassing van artikel 58 WAZ Pro door het UWV en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Alkmaar die het beroep ongegrond verklaarde. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. Het hoger beroep werd verworpen en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV wordt bevestigd.