ECLI:NL:CRVB:2008:BC5179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsverhouding en WAO-verzekeringsplicht bestuurder Limited horecaonderneming
Appellant was bestuurder van een in het buitenland gevestigde Limited die een restaurant exploiteerde. Na faillissement vroeg hij een WAZ-uitkering aan, stellende dat hij zelfstandig was. Het UWV kende hem deze toe, maar appellant stelde dat hij recht had op een WAO-uitkering als werknemer.
De Raad onderzocht of appellant als werknemer kon worden aangemerkt. Ondanks zijn bestuurdersfunctie en het tekenen van documenten, waaronder een arbeidsovereenkomst die door hemzelf was opgesteld en geantidateerd, ontbrak bewijs van een gezagsverhouding en van het afdragen van premies sociale werknemersverzekeringen. Appellant kon onvoldoende aantonen dat hij rekening en verantwoording moest afleggen aan een derde of dat er sprake was van een reguliere arbeidsrelatie.
De Raad concludeerde dat appellant niet tot de kring van WAO-verzekerden behoorde en bevestigde het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank. Er werden geen proceskosten toegekend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Appellant behoort niet tot de kring van WAO-verzekerden en heeft geen recht op een WAO-uitkering.