ECLI:NL:CRVB:2008:BC5093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gedifferentieerde WAO-premie en overgang van onderneming bij eigenrisicodrager
In deze zaak staat de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie centraal in relatie tot een overgang van onderneming en de status van eigenrisicodrager. De werknemer kreeg per 16 juni 2000 een WAO-uitkering toegekend. De onderneming werd per 1 januari 2001 gesplitst, waarbij betrokkene als een van de nieuwe entiteiten ontstond. De WAO-premie voor 2001 werd vastgesteld met inachtneming van de overgang van onderneming, waarbij premieloonsommen en uitkeringen aan betrokkene werden toegerekend.
Betrokkene werd per 1 juli 2004 eigenrisicodrager en kreeg in 2005 bericht dat zij voor 37% het risico van de WAO-uitkering van de werknemer draagt, gebaseerd op de gedeeltelijke bedrijfsovergang. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze toerekening, maar dit werd in 2007 ongegrond verklaard. De rechtbank gaf betrokkene gelijk en vernietigde het besluit, stellende dat geen sprake was van overgang van onderneming.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de overgang van onderneming reeds bij het besluit van 30 januari 2001 vaststond en niet opnieuw ter discussie kan worden gesteld omdat betrokkene destijds geen rechtsmiddel heeft aangewend. Hierdoor slaagt het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut en wordt het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.