ECLI:NL:CRVB:2008:BC4955
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting psychische beperkingen
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien van volledige arbeidsongeschiktheid naar een mate van 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank Roermond verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat de medische advisering zorgvuldig was en dat de functies waarop de schatting was gebaseerd passend waren. Appellant voerde aan dat hij ernstiger psychisch beperkt was door een eerder trauma en dat het UWV onjuiste verwachtingen had gewekt over het behoud van zijn uitkering.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank. De Raad vond dat appellant onvoldoende concrete medische gegevens had overgelegd om de ernst van zijn beperkingen aan te tonen. Ook was er geen objectief-medische noodzaak voor een urenbeperking. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de arbeidsdeskundige toezeggingen had gedaan over het behoud van de uitkering.
De Raad wees erop dat het eerste onderhoud zonder tolk had plaatsgevonden, wat mogelijk tot misverstanden had geleid. De medische passendheid van de functies werd als overtuigend gemotiveerd beschouwd. Er werd geen aanleiding gezien voor een onafhankelijk medisch onderzoek. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.