ECLI:NL:CRVB:2008:BC4761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds 1991 arbeidsongeschikt en ontving een WAO-uitkering van 80-100%. Het UWV trok deze uitkering in 2004 in omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige beoordeling.
In hoger beroep herhaalde appellante haar grieven en stelde dat de rechtbank onterecht geen oordeel gaf over rente, proceskosten en immateriële schade, en dat het UWV een handgeschreven notitie van de verzekeringsarts had moeten overleggen. Ook stelde zij dat de bezwaarprocedure onredelijk lang had stilgelegen.
De Raad oordeelde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat de geduide functies passend waren, ook gezien de beperkingen bij knielen en hurken. De Raad vond dat een herbeoordeling een nieuwe beoordeling betreft en niet gemotiveerd hoeft af te wijken van eerdere beoordelingen. De handgeschreven notitie was grotendeels in een rapportage verwerkt en had geen zelfstandige betekenis.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt, bevestigde het bestreden besluit en wees de verzoeken tot rente, schadevergoeding en proceskosten af. Ook was er geen sprake van schending van de redelijke termijn.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en verzoeken om rente, schadevergoeding en proceskosten worden afgewezen.